
Het was even schrikken.
Ik liep loop over een smal tuinpad. Op de grond lag iets verontrustends. Reflexmatig deinsde ik terug. Een paar exotische ogen staarden me aan. Een slang, dat was mijn eerste reactie. Maar direct verwierp ik deze gedachte als een onmogelijkheid. Voorzichtig boog ik me voorover. Nee, inderdaad, geen slang, maar wat dan wel? Een rups? Maar zó groot? Het dier was zeker acht centimeter lang. En wat doe je dan als modern mens, oog in oog staand met een biologisch vraagteken? Je pakt je telefoon en opent de app Obsidentify. Om meer contrast te creëren manoeuvreerde ik het beestje met een stokje (je weet maar nooit) op een groot groen blad en maakte een foto, die ik invoerde in de app. De uitslag volgde per kerende post en was voor honderd procent zeker: de rups van een nachtvlinder met de prachtige naam Groot Avondrood.
Ik posteerde me bij de vindplaats en wachtte af. Na een tijdje leek het wezentje te ontspannen want een smalle, spits toelopende kop, ogend als een klein slurfje, kwam vanonder de nepogen voorzichtig naar buiten. Met mijn stokje tikte ik zachtjes tegen het achterlijf. De kop verdween weer naar binnen en tegelijkertijd zwollen de erachter liggende segmenten op, waardoor de nepogen groter leken te worden en intenser van uitdrukking. En weer kreeg ik de indruk van een kleine, agressief ogende slang.
Thuis dook ik de boeken in. Het eerste wat ik las: de vlinder komt in Nederland algemeen voor. Dat soort zinnetjes zijn altijd frustrerend, want blijkbaar heb ik jarenlang iets doodgewoons gemist. Is mijn soortenkennis dan zó gebrekkig? Maar helemaal gek was mijn onwetendheid ook weer niet, als je weet hoeveel soorten nachtvlinders er in Nederland voorkomen, zo’n 2500. En die leiden vaak een verborgen en letterlijk duister leven. Je moet echt moeite doen om ze te ontmoeten.

Ik bekeek een reeks foto’s van het volwassen stadium. Ja, deze vlinder heb ik ooit wel eens gezien, maar nooit exact. Het is een beetje zoals met ijsvogeltjes, die je meestal in het voorbijgaan ziet, als kleurrijke, kortstondige strepen in de lucht. En hoe langer ik naar de foto’s keek, des te meer raakte ik onder de indruk van dit wonderlijk ogende wezentje met al die atypische kleuren. Er zit mat olijfgroen in, vaalgeel en zuurstokroze, gerangschikt in fraaie en subtiele patronen. Het zijn, antropomorf gedacht, een beetje zoete, fondante, licht-kitscherige kleuren die je, inderdaad, aan avondrood doen denken. En steeds meer feiten vielen in mijn schoot. Want zo gaat dat met waarnemen: het versterkt zichzelf. Op het elfde segment van de rups blijkt een kleine hoorn te zitten. Die blijkt, bij nader inzien, ook zichtbaar te zijn op de foto die ik maakte van mijn rups. En nog zoiets: de vlinder kan in het donker ultraviolet, geel en blauw waarnemen. Die Avondrood is een wonderbaarlijk vat vol kleuren!
Elpenor
Mooi is ook de officiële Latijnse naam van het Avondrood: Deilephila elpenor. Het eerste deel van de naam heeft een logische betekenis: ‘deile’ refereert aan ‘avond’ en ‘phila’ betekent zoiets als ‘gericht zijn op’. Kortom, deze vlinder is een ‘liefhebber van de avond’ en dat is, voor een nachtvlinder, nogal een open deur. Maar het tweede deel van de naam, ‘elpenor’, is uniek en legt een oud, klassiek verhaal bloot. De grote natuurkenner Carolus Linnaeus is verantwoordelijk voor dit deel van de naam, waarvoor hij koos in 1758. Zoals vaker bij Linnaeus putte hij, om namen te verzinnen, uit oude verhalen, zoals de Metamorfosen van Ovidius of, zoals in dit geval, de Odyssee van Homerus.
Elpenor was één van de lotgenoten van Odysseus tijdens de reis naar het mythische eiland Ithaka. Onderweg kwamen ze aan bij de tovenares Circe, die hen in varkens veranderde. Zou Linnaeus dit gegeven misschien hebben gebruikt bij de naamkeuze? Want met een beetje goede wil lijkt het voorste deel van de rups, met uitgetrokken kop tenminste, een beetje op de kop van een varken. Maar waarom koos hij dan voor Elpenor? De andere reisgenoten werden toch ook in varkens veranderd? Logischer lijkt de volgende verklaring. Nadat de reisgenoten weer in mensen waren terugveranderd viel Elpenor na een feest dronken in een diepe slaap, liggend op het dak van een huis. Maar daar rolde hij vanaf, viel onfortuinlijk en stierf. Dit gegeven lijkt op de kenmerkende schrikreactie die de rupsen van het Avondrood vertonen. Bij aanraking laten ze zich namelijk vallen en blijven, met ingetrokken kop, voor dood liggen. Als je dit weet, zie je Linnaeus bijna naast je zitten, ook oog in oog met een gevallen rups. Natuurlijk koos hij, zoekend naar een geschikte naam, voor die domme, logge, van het dak vallende Elpenor!
Mimicry
En dan die angstaanjagende nepogen. Fascinerende structuren zijn dat! Je kunt er eindeloos naar blijven kijken. We kennen ze ook van de meer algemeen bekende dagvlinders, zoals de dagpauwoog. Er bestaat in de biologie een speciaal woord voor het imiteren van andere levende wezens: mimicry. Een vorm van bedrog in de natuur, ontwikkeld om vijanden af te schrikken of prooien te lokken. Denk aan insecten die eruitzien als bladeren, takjes of doorns. Of ongevaarlijke dieren die lijken op stekende dieren, zoals bepaalde zweefvliegen op wespen. Er zijn zelfs planten die complete dieren imiteren, zoals de bloemen van (spiegel)orchideeën die op vrouwtjesinsecten lijken. Soms oogt de natuur als een grillig spel, een pandemonium van bedrog, imitatie en camouflage, van verleiding en misleiding.
Er bestaan diverse rationele verklaringen voor het fenomeen mimicry, maar die bevredigen me nooit helemaal. Het lijkt alsof de bonte werkelijkheid te complex is voor de ons beschikbare taal. Wat overblijft is het pure, raadselachtige fenomeen als zodanig, en de schoonheid ervan. Maar nu, laat ik eerlijk zijn, begeef ik me op lastig terrein. Want biologen hebben een wringende relatie met het begrip schoonheid. Ze praten er niet graag over. Haarscherp herinner ik me nog hoe ik als naïeve, eerstejaars biologiestudent voor het eerst hiermee werd geconfronteerd.
We kregen een rondleiding door de collectie van het voormalig Zoölogisch Laboratorium in Amsterdam, toen nog gevestigd in één van de historische panden van het Artis-complex (later verplaatst naar Naturalis in Leiden). Ik zie de medewerker die ons rondleidde nog voor me. Lade na lade trok hij voor ons open. Een myriade van vormen kwam ons tegemoet. Slakkenhuisjes, schelpen, insecten en nog eens insecten. En toen trok hij een lade open met opgeprikte vlinders. Direct werd mijn blik gezogen naar een dagpauwoog en verzuchtend flapte ik eruit: ‘Wat mooi!’. De medewerker leek als door een wesp gestoken en keek me indringend aan. Met een scherp en vermanend stemgeluid, dat ik nu nog hoor, zei hij: ‘Schoonheid bestaat niet in de natuur. Schoonheid bestaat alleen in jou. Schoonheid is geen doel van de evolutie, maar een toevallig bijproduct ervan.’
Ik voelde me voor schut gezet. Blijkbaar bezat ik een kinderlijke opvatting over de natuur. Met een paar woorden werd ik hardhandig ingewijd in de volwassen, rationele wereld van de wetenschap. Mijn schoonheidservaringen schrompelden ineen tot futiele, zoete, romantische, subjectieve jeugdherinneringen. Ja, schoonheid is een lastig, bijna controversieel begrip waar veel over is geschreven. Vaak overheersen de nuchtere verklaringen. Schoonheidgevoelens zouden gebaseerd zijn op gezichtsbedrog. Of slechts een kwestie van smaak of persoonlijke voorkeur. Het heeft me jaren gekost om te accepteren dat schoonheid er gewoon mag zijn, als een misschien wel zelfstandig principe dat via ons gevoel binnen kan komen en ons zo de mogelijkheid biedt een relatie met de wereld te leggen. Ik durf het inmiddels te zeggen: schoonheid ís er gewoon en kan ons op het spoor zetten van onbekende werelden en de ermee samenhangende verhalen.
Ik blader door mijn aloude vlindergids. De vormenrijkdom die ik erin aantref is overstelpend, de fantasie tartend. Avondrood is maar één voorbeeld uit een schijnbaar oneindige reeks. Hardop lees ik de Nederlandse namen van een aantal nachtvlinders. Bijna klinken ze als mantrams voor de biodiversiteit: Rood Weeskind, Roesje, Gestreepte Goudspanner, Witte Tijger, Wapendrager, Appeltak, Lieveling …













